Omgevingswet: blogs

Als u interesse hebt om ook een blog te schrijven, meldt u zich dan aan bij info@tubbingmilieuadvies.nl

‘Plug en play’ met de Omgevingswet? (nr. 1 – 2017 d.d. 27 januari 2017)

In het lezenswaardige rapport ‘Pionieren met de Omgevingswet’ (december 2016) worden de (voorlopige) resultaten beschreven van een aantal pilots waarin op veel verschillende manieren ervaring is of wordt opgedaan met de Omgevingswet. De Omgevingswet treedt niet eerder in werking dan 2019 en waarschijnlijk wordt het later. Persoonlijk vind ik 2020 een mooi jaartal voor deze vernieuwende en alomvattende milieuwet. Ondanks de nog jaren durende komst van de wet, is het verstandig om je erin te verdiepen, want het blijkt een aanjager voor heel veel initiatieven. Dat komt voor een groot deel omdat het bij de Omgevingswet niet zozeer om inhoudelijke wijzigingen gaat, maar vooral om een verandering in de manier van werken. Er wordt zelfs gesproken over een cultuurverandering. In 2 woorden samengevat: integraler en sneller. Dat betekent dat bestuurders en ambtenaren van de diverse beleidsvelden (ruimte, bouw, natuur, water, lucht, geluid, bodem/ondergrond, archeologie) met elkaar om tafel moeten gaan zitten om tot een verantwoorde afweging van al die belangen te komen en keuzes te maken. Die keuzes moet je ook kunnen ‘verkopen’ aan de burgers en liefst betrek je die in een vroeg stadium van de besluitvorming. Draagvlak en burgerparticipatie zijn 2 andere kernwoorden van de wet. Daarover in een ander blog meer.

In dit blog wilde ik graag een ander punt aanstippen. Sinds ik milieujurist ben (1993 ten tijde van de invoering van de Wet milieubeheer) zingt dit punt al door mijn hoofd en ik zeg het ook af en toe. Tot nu toe moest ik dat wel met het nodige voorbehoud doen, omdat er ongetwijfeld situaties zijn waarbij mijn waarneming niet klopt. Waar heb ik het over? Iedereen die iets te maken heeft met milieurecht hoor je klagen over de ingewikkeldheid ervan. Regelgeving zou veel projecten verhinderen. Juristen zien altijd beren op de weg. Ik sluit niet uit dat deze gevallen zich voordoen, maar nu blijkt dat slechts zeer ten dele waar en dat bevestigt mijn ervaringen. Binnen de Omgevingswet loopt ook een traject ‘Vlottrekken’. Mooie naam voor projecten waarbij initiatieven zijn vastgelopen op grond van (vermeende) juridische barrières. Uit dit traject is gebleken dat het beeld van de (milieu-)regelgeving als ‘hindermacht’ gerelativeerd dient te worden. Het blijkt dat overheden zich onvoldoende inspannen om doelgroepen te informeren over de wijzigende inhoud van regels en beleidsuitgangspunten én dat niet de regelgeving zelf de bedrijven belemmert, maar het gebrek aan kennis over de regels en over de flexibiliteit die in de regels zit. Weliswaar moet de regelgeving (op onderdelen) eenvoudiger en beter, maar helemaal ‘plug en play’ kan het omgevingsrecht nooit worden. Het blijft nodig om de ‘gebruiksaanwijzing’ te lezen en gebruiken. Er zijn juristen die de wet heel precies nemen en andere juristen die dat wat minder doen. Het recht is er niet voor niets: het voorkomt ook dat er concurrentievervalsing ontstaat. Zoals bij veel zaken: de balans ligt ergens in het midden. Wij zijn een druk bezet land waarbij zeer veel belangen spelen. Het is m.i. een illusie om te denken dat je ooit eenvoudige wetgeving kunt maken. Als alle betrokkenen hun rol en taken goed uitvoeren, ben je al een heel eind op weg.

In volgende blogs neem ik u verder mee in de boeiende wereld van de Omgevingswet.

Annemiek Tubbing